Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel was, dat zij vanzelf naar de piano ging om voor de anderen te spelen. Niemand scheen dit vreemd te vinden en toen zij na een uur vermoeid ophield, was er niemand, die er aan dacht, dat zij niet gedanst had. Zelfs Betty had het te druk om haar te stijven in verweer tegen Rosey Dolhain.

Te Montreux logeerden allen in Hotel des Alpes en hoewel het laat was, eer ze beneden kwamen, te laat om hun sportcostuum nog voor een avondtoilet te verwisselen, bleven ze in de gezellige hall nog bijeen. Christy voelde zich moe en treurig, zonder verweer tegen wat zij intuïtief voelde, dat tegen haar gebeurde. Ze verontschuldigde zich en nam afscheid. „Zoo, ga je slapen?" Het was het eerste woord, dat Van Weele sedert dien middag tot haar zei. Ze gaf zich ongelooflijke moeite om niet in tranen uit te barsten uit meelij met zichzelf. Het gelukte haar nauwlijks, maar Van Weele, evenmin als de anderen, merkten dat. Alleen in de oogen van Rosey Dolhain lichtte het en om den dunnen bloedloozen, mooien mond speelde de schaduw van een spotlach. „Ja," zei Christy ferm, „ik ben wat moe. Maar laat je dat niet storen. Heb het gezellig, hoor." En met een bijna vroolijk „da-ag" was zij weg.

In haar kamer gekomen, vond ze een stapeltje brieven. De meeste waren voor Van Weele, twee of drie met een sierlijke vrouwenhand geschreven

Sluiten