Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SPOORTREIN.

Eens op een dag, toen ik de stad Verliet en in den spoortrein zat, En daar in stille lijdzaamheid Geduldig wachtte tot de tijd

— Bij 't langzaam voortgaan van de klok Zou komen, dat mijn trein vertrok, Geschiedde 't, dat in 't naaste spoor Een trein rangeeren ging en voor" Mijn venster schoof. Ik kende wel

De vreemde werking van dit spel, Maar 't scheen mijn onbetrouwbaar oog, Alsof mijn trein zich voortbewoog Voorbij dien andren, vreemden trein, Die onbeweeglijk bleef in schijn.

Toen ik nu al maar verder reed,

— De wist toch, dat ik dat niet deed — Werd ik bedroefd, dat mijn gezicht Mij dus bedroog in 't volle licht,

En, dat mijn inzicht niets vermocht Tegen dit dom gezichtsbedrog.

Sluiten