Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschoten, En de arme moeder schreit zich haast

blind. Menschen, menschen wat een toestand ;

laten we in dezen vreeselijken tijd van strijd een voorbeeld nemen aan onze lieve, hoogvereerde vorstin. Ze gaat allen voor in haar werken van liefdadigheid. Als een Engel der vertroosting waart ze rond, laaft en verkwikt de zieken en zwakken, verbindt de gewonden

Jules.

Ze heeft menig soldaat de oogen toegedrukt. Een arme drommel lag zwaar gewond op het slagveld, 't Was koud en de avond viel. De koorts, wondkoorts kwam in alle hevigheid opzetten. In zijn verbeelding was'hij thuis bij zijn jong vrouwtje, die moeder moest worden. In zijne koortsachtige fantasiën zag hij de moeder met het kindje. Hij riep: »Och, kom toch hier met ons klein Engeltje, ik ben de Vader, en zou ik het dan niet mogen zien?« We waren er alle akelig van. Toen kwam de pijn weer in alle hevigheid opzetten. Hij schreeuwde het uit: «Moeder, moeder, o moeder kom toch!« En daar naderde zij, een kleine, tengere verschijning, in het zwart gekleed. «Arme jongen, heb je zoo'n pijn?» vroeg ze met die lieve melodieuse stem, die we allen kennen. Het was, of de zachte druk van haar slanke vingers hem verkwikking gaf. «Dag Marie, zorg goed voor ons kindje, dag moedera, zei hij zacht, — toen stierf hij. En zij, de vorstin, sloot zijne oogen, om even later bij een ander datzelfde liefdewerk te verrichten.

Heuvelmans.

Geen wonder, dat het volk haar aanbidt en op de handen draagt.

Sluiten