Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rosalie (stampvoetend).

't Is niet waar, allemaal leugens.

Jules (ziet uit het venster).

Kijk, mijnheer de Pastoor spreekt met hem, hij legt de hand op z'n schouder, Jef schijnt te kalmeeren.

Heuvelmans. Het was toch altijd een goede jongen, hoe komt hij nu zoo dol driftig.

Rosalie (schreiend), 't Is mijn schuld, ja, alles mijn schuld.

Jules.

Zie je nu wel? Ik zei het immers al. Nu beken je zelf, Rosalie.

Rosalie (schreiend, handenwringend).

Ik hield vroeger veel van hem, we waren in stilte verloofd. Toen kwam de oorlog, Jef moest mee. Ik wachtte op tijding, die maar niet kwam. Slechts twee keer kreeg ik 'n kort briefje, later niets meer. Ik dacht toen dat hij dood was... en... neen, ik vertel het niet.

Jules (met nadruk).

Toen kwam een ander... 'n flinke luitenant hé, maar een vrouwenverleider, 'n bedrieger... naar z'n mooie praatjes heb je geluisterd en nu... nu heeft hij je bedrogen, dat is 't eind.

Rosalie (wanhopig)

Ja, ja... met 'n ander gaat hij nu en mij had hij beloofd, dat... dat...

Sluiten