Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDERVREUGDE.

Zij, verpleegster in de kliniek Gezond, zelfbewust en energiek. Hij, cum laude gepromeveerd, In record-tijd afgestudeerd.

Beiden koel van hoofd; verloofd. Getrouwd, zonder bruiloft gedoe. Koffers gepakt, naar Indië toe.

Vele moeilijke jaren

Zorgen, rekenen en sparen. Een gelukkig huwelijk, eensgezind —

Een pracht van een kind, Op zijn tiende jaar naar Holland op reis

voor opvoeding en onderwijs; als vader studeeren.

En cum laude promoveeren. Tien jaar daarna; ouders rijk naar Patria,

Op de boot, heerlijk verlangen: Hoe de jongen hen zou ontvangen.

Hoe hun schat er uit zou zien... Gezond en vroolijk; een snor misschien.

Allerlei lieve plannen gesmeed,

zoenen en tranen gereed.

Eindelijk in het vaderland,

vele nieuwsgierigen aan den kant.

Ouders hevig aangedaan,

om hun jongen te zien staan.

Als 't eens die mooie was,

Met die stok en grijze jas!

Ouders aan den wal

Zoeken overal. Bij de poort liep een meneer

Spiedend heen en weer.

„Heb ik 't genoegen misschien" „De familie— te zien?" „Zeker jongen, dat zijn wij!" Riepen de ouders allebei.

Maar de jongen zegt schuchter flauw. „Dag Meneer, dag Mevrouw."

Sluiten