Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ODE AAN EEN BLANK KADETJE.

Welkom, liefelijk kadetje Hoe tevreden zijn we met je In ons Hoüandsche gezin! O, we hadden zoo'n verlangen Naar uw zachte wangen Naar uw putjes-kin; Naar uw smakelijke kleur En uw v roe ge-mor gen geur. Zijt ge waarlijk daar Welgeschapen, versch en gaar?

Ach kadetje, blond kadetje, Lang verwacht verzetje Na dat kleffe armhuis-brood, Redt ge ons van hongersnood. Blijft ge nog wat schaarsch Door de voedsel-zwendelaars, U te zien is reeds een pret

Edele kadet! En al kan 't niemand schelen Wat de armoedzaaier eet Honden, ratten zijn er vele Voor den zuchtenden proleet. „Holland zal geen honger lijden''' Heeft Minister Treub gezegd Maar nu hij ons heeft verlaten Komt er niets meer van terecht. Treub moest weg, ze werden angstig Als de dwergen voor den reus: Posthuma moest hem vervangen Lieve Hemel, wat een keus.

Welkom, liefelijk kadetje Hoe tevreden zijn we metje In ons land van rijke akkers Met zijn welvaart en zijn bloei. Zijn millioenen oorlogswinsten En zijn smokkelaars geknoei. In ons land van malsche groenten Boter, vleesch en kaas en spek.

In ons land van honger-lijders, Van ellende en gebrek. U te ruiken is een pret Edele kadet!

Sluiten