Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOEPSPRAAK GEHOUDEN BIJ EEN FEESTMAAL VAN KOOPLIEDEN.

Ik vraag 't woord, geachte dischgenooten, Al ben ik dan als spreker niet beroemd, Maar in het leven zijn soms oogenblikken Die men zooals u weet, momenten noemt. Zoo'n oogenbllk is heden aangebroken, Het is 'beslist historisch op zijn minst. Ik ledig, met het oog daarop gevestigd, i Dit schuimend glas op onze oorlogswinst.

Voordat de oorlog In Europa loeide,

Liep ik met worst en lever door de stad,

Nu heb ik een villa laten bouwen,

En neem ik elke Zaterdag een bad.

Ik kreeg op eens consent voor duizend koeien,

En nu houd ik een auto er op na.

Ik ledig, met het oog daarop gevestigd,

Dit schuimend glas op oome Posthuma.

De oorlog is een vreeseüjk gebeuren, Die menschenmoord moest langer niet bestaan. Zijn dat de wrange vruchten der beschaving, Het is met recht en broedermin gedaan? Al heeft de handel er niet bij verloren, We eischen vrede, nu we binnen zijn. Ik ledig, met het oog daarop gevestigd, DU glas gevuld met uitvoervrijen wijn.

Gij heeren, hier aan dezen disch gezeten, Ik maak me zeker tot uw aller tolk Wanneer ik roep: „Het vaderland voor alles!" „Gedenkt de nooden van ons arme volk!" Ik heb nog duizend balen af te geven. Die koopen wil is voor een prijsje klaar. Ik ledig, met het oog daarop gevestigd, Dit schuimend glas op mijn partijtje waar.

En als de vrede eenmaal is geteekend En weer de volkren rustig zaken doen, Dan zullen wij nog vele jaren denken Aan al dat leed en ons verdiend millioen,

Sluiten