Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AARDE SPREEKT :

Al ben ik geen Mercurius,

Geen Jupiter, geen Zon,

Ik was mijn heele leven lang

Zoo goed als ik maar kon.

Ik liet me boren in mijn lijf

Voor ijzer en voor goud,

Ik het me graven in mijn huid

Voor koren en voor zout.

Er springen op mijn arme vel

Een massa wezens rond,

Ik geef ze eiken dag de kost

En houd ze goed gezond.

De lastigste van allemaal,

Die ik 't hardst verwensch,

En die me ziekeneurig maakt:

Dat is zijn' hoogheid mensch!

Het is een wezen met een ziel,

Een zeker apensoort.

Dat niet elkander consumeert,

Maar toch om niets vermoordt.

Dat vechten en dat angstgegil

Verveelt me op den duur,

Ze moeten heel voorzichtig zijn,

Ik ben van binnen vuur.

Ik heb genoeg van hun gemier,

Ik ben een rare klant,

Ik barst nog op een kwaden dag

En maak mezelf van kant.

Dan is 't uit met hertenbout,

Met Rembrandt en met visch,

Dan is 't uit met Kamerlid,

Met Godsdienst en met Mis.

Geen Generaals en Vorsten meer,

Geen militair geweld;

Geen auto's en geen caviaar,

Geen renten en geen geld!

En als 't nu niet eerlang wordt Zooals 't vroeger was, Dan bid ik onzen Lieven Heer: „Maak alles weer tot gas!"

Sluiten