Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFSCHEID VAN HET „PENSION"

Vaarwel, Mevrouw van Dam-de Ridder, Bestuurderes van mijn pension, Vaarwel, komieke grijze Tante Met uw gestreken huisjapon. Wat smaakten uwe flensjes lekker, Wat was uw thee weldadig slap, Hoe maakte u met duizend zorgen, Een biefstuk van een ossenlap. Hoe keurig liet ge ons ontbijten Al noemde u het „dejeunees" \... Wat smulden we van uw radijsjes En van uw hlnnekend rookvleesch. Vaarwel, geliefde achterkamer, Van mijn goedkoop en net pension, Waar ik zoo kalmpjes werd vertroeteld, Waar Ik zoo rustig suffen kon. Helaas, ik moet u gaan verlaten Gemakkelijke rieten stoel Waar ik nog altijd, in gedachten, De wollen sluimerrol van voel. Vaarwel o Aaltje in de keuken En tuinman: Janus van der Heij... Al gaf ik jullie nooit 'n fooitje Ik mocht je graag en jullie mij. Het is gedaan met pijpjes rooken En madeliefjes op de jas. Het is gedaan met muggenbeten Na middagslaapjes in het gras. Vaarwel dan kanus, sim en hengel Waar ik mee uit visschen ging; Waarmee ik baars en snoek bedreigde Maar zelfs geen pietsie bliekje ving. Vaarwel, vaarwel, o heerlijkheden Van mijn goedkoop en net pension Ik wou dat 'k nog één énkel daagje In uw gedoe vertoeven kon.

Helaas, ik moet nu van u scheiden Hoe gaarne ik gebleven had... Ik moet weer naar café's met strijkjes Naar mijn verdieping naar de Stad!

Sluiten