Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„T VROUW"

In den kleiterenden regen,

Achter op de tram, Stond 'n zelfbewuste juffer;

Die het laatste kwam En de conducteurs-plaats nam. Aan haar strenge wangen Bleven druppels hangen. Naast haar, in de deur, Wlbbelde de conducteur. Verder veel te veel meneeren, Kragen op en natte kleeren,

Smeulende sigaar, Loerden stil naar hadr. In de regen en de kou: Tuurden allen naar dé vrouw.

Onbewogen Staarden haar bevroren oogen op de rem van de trem.

In den hobbelenden wagen Zat men noodeloos te klagen Over nattigheid En den duren tijd. Buiten in de kou Stond de zelfbewuste vrouw.

,,'t Is een schande" zucht 'n dame „Dat de heeren zich niet schame, . ,JDat ze niet naar buiten gaan, „Om hun plaats hier af te staan!"

„Man", zei een getrouwde vrouw, ,Toe, geef jij 't voorbeeld nou!"

Man, geërgerd door het vitten,

Vroeg: „Juffrouw, wilt u hier zitten?"

Juffer, koud en stijf en nat, Antwoord: „Zeg, vroeg ik je wat?"

Sluiten