Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OOME JACOB OP DE JAARBEURS TE UTRECHT.

Oome Jacob was besloten Naar de Jaarbeurs toe te gaan. Met zijn zwarte slttiebekje, Kwam hij kalm in Utrecht aan. Tante zou hem vergezellen.... Oome zei: „Blijf jij maar hier Tusschen al die stijve kooplui Heeft 'n dame geen plezier.1"

Oome Jacob had geschreven >V;v. Aan zijn neefje de student: ,JBeste Jaap, ik kom logeeren, Want ik ben aan rust gewend, Overdag ben ik door zaken, Altijd op de Beurs bezet. Jij kunt rustig doorstudeeren, Ik ga 's avonds vroeg naar bed".

Oome bracht het zwarte taschje, Bij zijn neefje in de stad, Waar de hospita verklaarde, Dat hij juist college had. „Ach meneer", bezwoer de juffer, „Geen student heb ik er an, Altijd werken en studeeren, Nou, dat wordt een kundig man".

Met een klapje zakenvrinden, Stapte hij de Jaarbeurs rond... Tot hij ergens heel toevallig, Zijn voorbeeldig neefje vond. Samen trokken ze al lachend, Naar een overvol kaffee. Oome Jacob dronk een borrel, En zijn neef dronk deftig mee.

Samen gingen ze wat eten, Panje, koffie en likeur. Oome Jacob tapte moppen, En neef Jaapje kreeg 'n kleur.

Sluiten