Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WEL, JANDOSIE!

„Gofjemopje, jeemekreetje" „Sjonge, wat 'n klap was dat." „Hè, wat binne me geschrokken-" „Nou, dat is me effies wat!"

Vijf geduchte Amstedammers, Dat soldatie-speule moe, Stapten, voor de hier-en-gunter, 's Nachts alleen naar Halfweg toe. Heelemaal niet bang voor spookies In het Sloterdijksche bosch, Ging Rinaldo Rinaldini Met zijn roovers er op los. Na een bioskoop-vertooning En wat prikkeldraad-lektuur Opgewonden door Lord Lister, Klom de bende op een schuur.

Kauwend op 'n reepie Kwatta Met vervaarlijk tandgekners, Zwaar gewapend met 'n fietspomp En een doosie lucifers — Gingen ze een aanslag plegen Op het lieve Vaderland Met een hoopie natte krullen En een stukkie van 'n krant. Toen de helden zeker wisten Dat de lont niet branden kon, Toen het vonkie uitgewaaid was En de wilde jacht begon, Vonden ze Goddank 'n diender Die al op ze had geloerd; Anders had geen mensch geweten Wat ze hadden uitgevoerd.

,fiiender!" brulden ze angstwekkend, „Wij zijn heelemaal niet mak" „Wij zijn vreeseHjke schurken," „Diender, breng ons naar de bak!"

Na een ernstige instructie Lachte het bureau zich slap, Want 't was maar 'n verkiezing —

Krekelzangen.

;*

Sluiten