Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij trachtte zijn gedachten van zijn misdaad af te leiden, verstrooiing te zoeken... Redeneerde met brokstukken tusschen zijn gejaagdheid door, dat hij toch eigenlijk geen schuld had...

Een enkelen keer hield hij zich ziek, doch dat kon bij ook niet dikwijls doen, dan kregen ze achterdocht... Hij loog, dat hij in een andere kerk was geweest, waar hij tegelijk was gaan biechten...

Wat een weldaad moest wezen, werd een last!... Huichelen ging niet op den duur!... Wat waren hem toen die opwerpingen welkom! Had hij geen talent, niet veel gemak en gevoel voor schrijven ? Doch nooit zou hij een groot kunstenaar worden, las hij in zijn liefste boeken, zoo hij bij 't Christendom bleef.

De schoonheid, de kunst mocht geen kluisters dragen, die roode plekken schuurden op haarteere, witte handen; geen andere wetten kon ze erkennen dan haar eigen hoogste zelf: schoon! schoon!... Heel de wereld was haar eigendom, haar wegen koos ze zelf...

Zijn hulpelooze, zwakke denken werd door zijn bedorven neigingen en door de verleiding den éénen kant opgedrongen...

Zoo was hij langzaam weggegleden naar de dwaling, langzaam naar het ongeloof... Hij deed er niet meer aan,., wilde er zich liever niet mee bezighouden... Hij leerde zijn verleden beschouwen als een nutteloos iets... dacht er niet meer over na... want iets... iets bleef er toch leven in hem uit dien rijd.

Sluiten