Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

letterlijk nooit!... Wat een dwaze vermoedens dan toch! Dat ze er toch nooit iets van zou laten merken aan haar jongen!... Wat zou hem dat een pijn doen!... En ze moest met haar eigen bezorgdheid lachen.

* * *

Op een avond kwam Sjef weer thuis. Hij was vol blijden moed: Henk ging zoo vooruit: hij zag het aankomen, die werd Roomsch... En geen halve zou het zijn... Onderweg had hij zoo dol gefantaseerd... Wat hij wel eens over bekeerlingen gelezen had, kwam hem voor den geest. Die waren dikwijls zoo vurig... Dachten dadelijk aan 't klooster... Wie weet?... Henk was een echtemstige natuur... Als die eens begon, kon hij heel wat worden... En aarzelend kwam het idee daarachter aan, of het niet durfde, of het ongewild en onverwacht wou komen, wijl hij niet openlijk durfde bekennen, dat hij zelf, hij, Sjef, dat dacht: priester!... Het hield hem vast,... hij wierp het weg, als onnoozel, o heel voorzichtig, zooals men in een spel iemand van zich stoot, wel bezorgd hem onder zijn bereik te houden... En hij speelde met zich zelf, dat wondere spel van liefde, die zich niet openlijk wil uitspreken, dat mooie spel van wijken en toch van angstig toezien, dat de afstand niet te wijd wordt... Hij was opgetogen... Als naar gewoonte bracht hij de groeten over aan Jo. Argeloos vroeg moeder hem, om toch iets te zeggen: ā€˛Maakt ze 't goed?" Te meer, wijl ze den laatsten keer met Henk niet was meegekomen, omdat ze zich niet lekker voelde.

Sluiten