Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stukken steen, zoo hoekig en hard? Deedt ge daar soms nog een slechter daad....?

— Dwaas!" schamperlachte de duivel en rukte aan zijn toom, dat het paard rillend schrok. „Praat daar nooit over! nooit! We gaan daar nooit meer langs!

— Ha, de duivel bang!?" lachte de man.

— Ja, de duivel bang!" beet die terug. „Bang! Erg bang! Bang van 't kruis en van 't kruis alleen!"

— Van 't kruis? Is het kruis dan zoo machtig?"

— Het kruis beheerscht de wereld, beheerscht de hel, ook de hel! Dat is onze pijn, dat is onze wanhoop! Ik strijd en zal strijden en moet strijden eiken dag en eiken nacht, dat ik besta, en dat is: altijd voortaan! En elke strijd is een nieuwe nederlaag, als de aangevallene wil, vast wil! Door een kind, een kind zelfs word ik overwonnen! We sloegen Hem aan't hout, we martelden Hem dood, als een slaaf, als een hond, en helaas! zijn dood was de dood van onze macht; dat hout was de schande en is nu de zegepraal."

— Dan ga ik het kruis dienen," zei hij beslist. „De machtigste zal mijn heer wezen, anders geen."

Brullend greep de duivel hem vast, dreigde hem van een te scheuren, doch haastig sloeg de man een kruis zooals hij vroeger den christenkoning had zien doen, en als een razende rende de duivel weg; zijn paard leek wel een bliksemschicht.

— Ik dien het kruis, waar vind ik dien koning?" peinsde hij en doolde weer eenzaam rond. Wel zeven

Sluiten