Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRISTIEN.

I.

De oude klok tikte geduldig en weemoedig. Ze leek wel een oude en bleeke vrouw, die zoovele droevige dagen sleet en toch diep in haar wezen een blijmoedige gelatenheid meedraagt, wijl ze alles weet te schikken in één heilig, eenig-groot geheel, een levensleer, die men dikwijls zoo helder en duidelijk door eenvoudigen begrepen ziet. Ze tikte: een matig-trage gang, een zacht-bedaarde gang van iemand, die den weg kent en het doel en zich goed bewust is, van al wat komen kan en komen zal van tegenstand en toch maar doorgaat, open-eerlijk of er niets gebeurt, zoo zuiver-zeker. dat bij eiken stap er klare ruimte genoeg zal zijn om weer verder te gaan, zooals op een morgen in den herfst, bij donker nevelweer. Ze tikte: en mat koel en bescheiden den vluggen, vluchtenden tijd. Het enkele oogenblik, dat zij hem telkens vasthield leek haar genoeg; ze deed het zonder haast, ze deed het zonder spijt: het was een plicht, meer niet noch minder. Ze beefde niet; haar magere vingeren bleven vermanend wijzen op de uren en minuten, die gingen en kwamen, stierven en geboren werden. Een oude was het. Jaren lang hing ze al op dezelfde plaats in dat eenvoudige, zindelijke, stille huis. Van achter het"

Sluiten