Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen andere beteekenis leken te hebben, dan het binnen zich bergen van menschen, zooveel mogelijk menschen. Dan woonden zij gezelliger. Het eenige bovenhuis van die oudere woningen. Jaren zaten ze er al in, want daar wilden er vroeger bijna geen van weten: dat altijd omhoog klauteren! Met moeder alleen had ze nu de ruimte: een kamer met alkoof, een keukentje en dan nog een kamertje daarnaast. Boven op de zolder, daar waren ook nog een paar slaapvertrekjes. Achter op het plat had ze haar bloemen staan, die ze verzorgde als kindertjes, die ze vertroetelde en lief had. Haar stille leven, haar oogenschijnlijk zoo onnoozele, onbeteekenende bestaan had den weerschijn van een diepere overtuiging, zooals de lucht bij avond, als de zon is ondergegaan, nog een glans van den dag bij zich houdt in 't mollige blauw- Ze heette Christien, ze was een christin.

III.

Een jaar leefden ze nu zoo saam, moeder met Christien. Maar wat was er veel gebeurd, eer het zoover gekomen was. Wat een wisseling van droeve en blijde dagen waren er voorbijgegaan!

Eiken avond, enkele minuten nadat de stoomfluit het sein van eindigen gegeven had, en de lichte straten vol waren met donker beweeg van menschen kon men Christien in de kerk zien komen. Men moest haar zien. Vlug ging ze de drie trappen op. In het duisterig portaal, dat met twee wijde bogen op straat uitkwam, sloeg zin-

Sluiten