Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woelde in haar binnenste; 't was of haar gedachten bang waren geworden, niet durfden zich te vertoonen en bijeen drongen voor de deur harer liefde. Daar was in haar een bewustzijn van schuld en een gevoel van zich willen rechtvaardigen. Een paar dagen had het geduurd, toen kon ze 't niet meer uithouden, ze wilde eerst weer, zonder iets te zeggen, gewoon aan doen, maar dat was niet genoeg. Zeggen zou ze 't Anna. Voor ze slapen gingen vroeg ze haar zus, die kwade bui maar te vergeven en te vergeten; 't was verkeerd geweest van haar. Doch hoe klein en hoe beschaamd stond ze, toen Anna van haar kant erkende, dat zij eigenlijk de schuld was; best had ze desnoods een morgen kunnen overslaan, en had met dat gezegde ook heelemaal niets kwaads bedoeld! Hoe vond ze zich toen zwakjes en kleintjes in haar buien. Dieper en dieper ging haar begeeren om beter te worden! Eindelijk kwam ze er eens toe te spreken met haar biechtvader, hem mee te deelen, wat ze eigenlijk wilde ; hoe ze voelde leiding en bemoediging noodig te hebben. Geen woord echter repte ze van haar kloosterplannen. Op zulk een oogenblik leek haar die verre, misschien zoo heel verre mogelijkheid veel te vaag en te onnoozel om er zich ernstig mee bezig te houden. Geen enkelen avond voortaan sloeg ze over om even de kerk in te gaan; het werd haar zoo'n zoete tijd, daar voor het tabernakel. En al wilde ze maar weinig op haar verlangen letten, het bleef, het bleef leven in haar, en leek mooier in dien stillen sluimer, zooals een klein, slapend kindje. Het was meestal

Sluiten