Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons niet al te veel vergeet aan de voeten van Jezus."

Te diep echter was de teleurstelling in haar wezen gedrongen, dan dat de smart ineens gestild, ineens gelenigd zou wezen. Zij voelde wel hoe ze een wonde droeg in haar bestaan, een wonde, rood en diep, die haar pijnigde en zou blijven kwellen, wie weet, misschien wel voor altijd. Maar leed Die daar aan 't kruis niet oneindig veel meer? Droeg Hij niet tallooze striemen en strepen der geeselslagen in Zijn vleesch en de nagelen in handen en voeten! Leed Die ook niet in t heilig tabernakel? Had Hij het niet geklaagd tot Zijn bruid? Droeg Hij nog niet altijd een breede, open wonde in Zijn Hart, een pijn, een geweldige en diepe in Zijn liefde?

Langer dan ooit bad ze dien avond na 't Lof nog na in de kerk. O, wat woog het veel zwaarder, daar bij den Godmensch dan thuis! 't Was of ze vermoeid, of ze gekneusd, gebroken neerlag onder den last van den dag! Zoo mooi had ze dien gedroomd! Ze bad wel het gebed van den Heiland: „niet mijn wil, maar de Uwe geschiede," maar daar kwam geen Engel van troost haar opbeuren en sterken, het bleef zoo zwaar, het bleef zoo hard. Zou ze nu ook de straten van het onmeedoogende leven door moeten, alleen, met het kruis op de teere schouders? Een berg op? En daar sterven? Ze zag niets anders, dat zou haar lot zijn, meende ze, en ze huiverde. Nu kon ze bidden: Blijf bij ons Heer, het wordt avond."

Teleurstelling valt zoo zwaar en teekent de toekomst zoo donker. Zoo lichtelijk vermoedt de zieke, voor wien

Sluiten