Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar omhoog. Ze schrok nu van die vroeger zoo welkome gedachte. Nu leek die een ontheiliging, leedvermaak bijna. Ze was haar lastig. Het scheen wel of ze blij was moeder naar 't gasthuis te kunnen sturen, en dan alles op zijn beloop te kunnen laten! Ze werd kwaad op zichzelf. Dat zou nooit, beslist nooit gebeuren! Dat deed ze in geen enkel geval! Laat het klooster maar het klooster! Daar kom ik nooit! bitste 't in haar op. Daar stond haar diepste besluit in eens klaar voor haren geest, en alsof ze er nog behoefte aan had zich zelf wat te sparen, de hardheid van die plotselinge overtuiging wat te verzachten, ging ze door: Dat kan immers niet. Wie zou voor moeder zorgen? Doch zonder dat ze *t zich zelf wilde bekennen werd het kloosteridee haar tot een last. Ze wilde er liever maar geen acht op slaan, want ze was zelf nog bang voor den helderen kijk, dien ze kreeg op haar gedachten en gevoelens.

Weer kwam de priester en praatte met de oude vrouw. Zij zelf had er nog niet op willen zinspelen, ze wist te voren al, dat Christien er niets van wou weten, en zij zelf, o zou het ook voelen, want al was het dan ook de eenig redelijke, de éenig mogelijke oplossing van een eiken dag lastiger wordend vraagstuk, ze bleef aarzelen, ze bleef wachten, ze bleef uitstellen. Beiden zouden ze voortgeleefd hebben in die omstandigheden zonder elkaar het verdriet te willen aandoen over die scheiding te spreken. En al trachtten ze elkaar op te beuren, dat al heel gauw wel weer beterschap te bespeuren zou zijn, al waren ze

Sluiten