Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heftig en kalm tegen elkaar, daar streden twee machten in haar ziel.

— Eindelijk, eindelijk. Nu zijt ge vrij! Nu kunt ge naar t klooster gaan!

— En moeder dan, moet die daar alleen blijven liggen? zei een ander geluid.

— Moeder, moeder: Liet die Anna niet gaan?.... Anna is gelukkig! Wat ben ik toch blij! dat schreef zuster Felicitas. Ik zal voor je bidden! Wat een gunst als ge zelf goed zit. Gemakkelijk bidden voor een ander... Bidden, bidden!... Fijn zijn, dat helpt toch maar goed, om door 't leven te komen. Dan ben je immers tevreden!

— Niet tevreden ? Dat was ze wel! Ze had alles goed overwogen. Ze had somtijds strijd gekend, maar later altijd aan de gevolgen ondervonden, dat ze den goeden weg gekozen had.

— Zeker, ge hadt het zóó gewild. Ge hadt immers geen zin voor *t klooster ? O ja, kosteres wou ze toen worden. Ha, ha! En moeder naar het gasthuis bij de oude vrouwkes..., nijdigde en treiterde de spottende stem.

— Ze had het niet gewild, heel duidelijk wist ze dat. In der eeuwigheid zou ze 't niet gedaan hebben, maar ze konden toch samen niet doodgaan van honger! Als ze moeder een goeden oppas wilde geven, moest er dan verdiend worden of niet? Ze had meer dan genoeg tegengestribbeld ; 't was niet van haar uitgegaan. Ze moest het doen, had haar biechtvader gezegd. Moeder zelf was er zoo goed over tevreden.

Sluiten