Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Moeder!... Een moeder vindt alles goed. Als ze maar ziet, dat haar kind het verlangt. Een moeder merkt dat ook zoo gauw. Had ze dat nooit gezeid? Natuurlijk, welke moeder zou ook!... En dan zij! Wilde ze geen ziekenzuster worden ? Dat had ze nu. Zuster was ze al lang, waarom verstiet ze de verpleging, 't Was moeder ook maar, ja, waren 't vreemden...

't Werd een sarrend martelen met dat eeuwig herhalen dier tergende verwijten, zoo dwaas, zoo onnoozel, en toch zoo hard en pijnlijk. Alles, wat ze ooit gedacht had, wat ze in angstige bangheid meende bedoeld te hebben, waarover haar biechtvader haar gerustgesteld had, dat alles kreeg nu een eigen geluid, en het werd tot een warrende samenhang van al die tonen.

Sterker en duidelijker kwamen anderzijds haar kinderlijke, liefdevolle zorgen voormoeder weer in den geest, — ze voelde zich geruster, kalmer worden, en gelaten, vermoeid van den innerlijken strijd kon ze eindelijk insluimeren.

Des morgens ging ze naar de kerk, ontving God in haar hart en vroeg Hem, om de noodige sterkte voor dien langen dag.

Ze nam haar ontbijt, ging naar de fabriek en kwam thuis in de groote, koele kamer. Dat was iederen dag zoo.

Eten koken? 't Schoot er zoo dikwijls over;'t was ook zoo leeg rondom haar. Als ze een liedje zong, klonk het niet zooals vroeger, het was nu voor niemand meer, sinds moeder weg was, meende ze.

Sluiten