Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hij heeft ook u gevloekt. Die de moeder vloekt, vloekt dubbel den zoon.

— De moedei vraagt veige ving vooi het zondige kind... Ik ben ook Uw moedei! Weet Ge nog, hoe Ik leed, toen Gij uw Bloed gaaft voor zijn ziel, mijn Zoon ? Denk aan dat lijden, denk aan het mijne, mijn kind.

— Hij zij de uwe! red hem!

Dien moigen keeide de hoop teiug in Theophilus en gioeide de afkeer voor zijn zonde. Dag aan dag deed hij zware boete in vasten en veel gebed, wel zeven dagen lang, kastijdde zijn lichaam en knielde des nachts op den harden kouden vloer der kathedraal.

't Was op een morgen, na een nacht van waken en gebed.

Van boven dooi de vensters viel het licht, zweefde en zeeg de teeie zonneschijn. Een blanke helderheid vloeide ovei de pilaren, de beelden en banken omhoog; een zacht en zedig lagei zijgen leek het van een luchtig gouden weefsel, ijl-fijn als een sluier van kant.

Uit den koepel viel het, door de kleurige ramen gleed het, zwijgend als een gelaat in gebed, opgetogen en toch stil. En de grijze pilaren weiden jongei, en naar het scheen ranker; ze werden zuiverder van lijn en stonden daai naast een in bundels als de hand van een biddende, de vingeren omhoog.

Daar zaten al menschen; daai kwamen ei meer. Het licht lag op hun hoofden en schouders en op de handen, die gebedenboeken hielden.

Sluiten