Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Arm kindje! Arme, lieve Suzanne!"

Henriëtte streelde het donkere haar, dat onder het kanten mutsje uit over het kussen warrelde.

„Rice was altijd bij me. Ik zou haar zoo graag even zien. Maar zij is weggegaan naar Bretagne, daar hoort zij thuis. Zij huilde ook toen ze wegging. En ik heb geschreeuwd, geschreeuwd! Moeder was boos en vader sloeg mij, maar ik kon niet ophouden met schreeuwen. 'tDeed zoo'n pijn ergens in me. En Rice kan niet eens schrijven."

„Jij kunt haar schrijven. Er is wel iemand in haar dorp, die haar den brief voor kan lezen. En dan vraag je of zij ook een brief aan jou laat schrijven."

„Zou dat kunnen?" vroeg Suzanne twijfelend.

„Waarom niet ? Je weet den naam toch van Rice?"

Suzanne lachte omdat Madame de Néhra ook van „Rice" sprak alsof zij haar kende.

„In het dorp noemt iedereen haar la Mère Renard. Dat heeft zij me dikwijls verteld."

Sluiten