Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den haard smeulde een houtvuur: Henriëtte poogde het door poken aan te wakkeren, zette haar voeten, die koud waren, op de plaat, hield haar vingers voor de haardopening. Het vuur bleef loom doorsmeulen, bijna zonder warmte uit te stralen. Henriëtte Amélie overwoog of zij schellen zou en het kamermeisje verzoeken een knechtje te zenden om den haard opnieuw aan te maken; maar zij wou liever alleen blijven en sloeg een groote caschmiren shawl om schouders en rug, hulde er zich genietend in.

Zóó bleef zij droomerig staren in den haard, waar tusschen de houtblokken kleine lichtkolkjes blonken als sterren; het boek rustte in haar schoot; zij had meer lust tot denken dan tot lezen.

Wat een wondere verschijning was de comte de Mirabeau! Hoe gansch anders dan zij zich die gedroomd had.

Welke voorstelling zij zich van hem gemaakt had, kon zij zich niet eens meer duidelijk herinneren, zóó sterk was de indruk der werkelijkheid geweest; vaag dacht zij nog aan een

Sluiten