Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar gevoel voor de Mirabeau was niet als een groote, oplaaiende vlam, waarin heel haar zelf, elk besef van eigenwaarde verteerde, noch als een diep gloeiend vuur, dat gevoed wordt door verlangen naar overgave zonder voorbehoud; het was rustig-warm en met een neiging naar innigheid als de genegenheid voor een ouderen vriend of een broeder.

Geen zweem van jaloerschheid plaagde haar jegens Madame de Priaville, die de liefde van de Mirabeau bezat; zij begreep zelfs beter dan te voren hoe de vicomtesse hem kon verkiezen boven haar echtgenoot: naast de levendige, belangwekkende, rijke persoonlijkheid van de Mirabeau scheen de vicomte dood en oninteressant : een man als honderd anderen.

Doch wèl voelde Henriëtte Amélie neiging, den comte de Mirabeau, om zijn liefde voor Madame de Priaville, te beklagen.

De vicomtesse toonde zich na den avond, waarop Henriëtte met de Mirabeau in de bibliotheek had vertoefd, minder vriendelijk voor hare logée dan te voren.

Haar jaloezie was gewekt: zij had in de oogen

Sluiten