Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriëtte staarde het kind een oogenblik aan. Suzanne zag er nog ziek uit; vreemd, dat de zusters haar hadden toegestaan, hier te komen: zij behoorde in bed te liggen.

„Heb je al bericht van Nourrice?" vroeg zij afleidend.

Suzanne ging rechtop zitten en over haar gezichtje streek de schim van een lachje.

„Ja, een brief, door den schoolmeester geschreven."

Zij tastte tusschen haar kleedje, haalde een verfrommelden brief te voorschijn, reikte hem Henriëtte.

„Leest u maar madame," moedigde zij aan en hare oogen werden opnieuw nat van tranen; „dan ziet u hoeveel Rice van mij houdt. Die vlekken zijn haar tranen, en die ..." zij aarzelde even, vervolgde toen: „die heb ik geschreid."

Henriëtte Amélie hield de teere meisjeshand een oogenblik tusschen hare vingers, las toen met een glimlach de onbeholpen, stooterige zinnen van den brief, een hakkelig relaas van Nourrice's reis en haar thuiskomst, telkens onderbroken door vleiende woordjes aan Suzanne's adres.

Sluiten