Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriëtte streelde haar over het hoofd, boog zich neer om haar te kussen.

„Maar nu ben ik je arts. En tot mijn geneeswijze behoort slapen. Sta nu op, dan zul je weten dat je al beter bent."

Terwijl Suzanne zich uit bed liet ghjden, mompelde zij onwillekeurig:

„Sur le bords dun puits trés profond." En Henriëtte prees lachend: „juist; dat is je morgenmedicijn. Ik ken nu zes regels uit mijn hoofd. En jij? Probeer eens."

Suzanne zette opnieuw langzaam aan: „Sur le bord dun puits trés profond Dormait, étendu de son long, Un enfant alors dans ses classes. Tout, est aux écoliers couchette et matelas. Un honnête homme en pareil cas Aurait fait un saut de vingt brasses." Ik ken er ook zes!" riep zij uit in kinderlijkblijde verwondering. „En gisteravond kende ik er maar vier. Ik kon onmogelijk op „un honnête homme" komen —"

„Dat heb je in je slaap geleerd. Is 't niet grappig, die tegenstelling van een rechtschapen

Sluiten