Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen zij binnentrad, stond Préveux midden in het vertrek, geleund op zijn wandelstok; hij sloeg de oogen op naar Henriëtte's gelaat, liet ze terstond weer zinken en maakte een eerbiedig-schuchtere buiging.

„Monsieur Préveux," begroette hem Henriëtte; „ik ben waarlijk verheugd, dat mijn ietwat overhaast vertrek uit den huize de Priaville mij de vrienden, die ik daar gemaakt heb, niet heeft ontnomen."

„O madame..." stamelde Préveux; „kuntu dan meenen, dat u niet meer voor mij was dan een vluchtige verschijning?"

Henriëtte glimlachte.

„ t Zou van niet weinig eigenwaan getuigen, wanneer ik mijzelf voor Tneer rekende in de salons der vicomtesse. Een ster die verschiet, zichtbaar wordt en verdwijnt."

„Maar die een spoor nalaat vol glans," ijverde Préveux.

Henriëtte lachtte.

„Ik vrees, dat die glans al lang gedoofd is. Maar u heeft blijkbaar een herinnering aan de verschijning behouden." En, terwijl zij hem een

Sluiten