Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar Belgische havens. Van Belgische havens.

1906 2.800.000 ton. 2.000.000 ton

1907 2.700.000 „ 2.200.000 „

1908 2.900.000 „ - 2.200:000 „

1909 3.900.000 „ 2.300.000 „

1910 4.900.000 „ 2.800.000 „

1911 5.000.000 „ 2 900 000 „

De Belgische havens, — d. w. z. bijna geheel: Antwerpen.

Men ziet ook uit deze cijfers, hoezeer De Leener gelijk heeft, als hij spreeikt van „de buitengewone vooruitgang,

tijdens de laatste tien jaren d.w.z. vóór den oorlog —

van de tonnenmaat der Rijnschepen, gaande naar of komende van België, d.i. bijna geheel Antwerpen."

Het is echter zeer de vraag of eene verkorting van de route wel van invloed zal zijn op dat verkeer.

Immers, de voornaamste reden dier toename — en hierop doelt Schumacher in zijn bovenvermelde uitspraak — lag hierin, dat de vrachten Rijn-af steeds laag waren, omdat voor deze vaart de scheepsruimte verre het aanbod van goederen overtrof, zoodat de concurrentie onder de schippers zich zeer sterk deed gevoelen. Welnu, Antwerpen, dat een groote exporthaven is, had altijd veel stroomaf te vervoeren en profiteerde dus bijzonder van die lage vrachten, welker invloed zich uiteraard óók deed gevoelen op de tarieven van Antwerpen naar den Rijn. Want de schipper die van Antwerpen naar den Rijn opvaart en die de zekerheid heeft ook retourvrachten te zullen krijgen, kan, met lagere vrachten tevreden zijn.

Van Rotterdam uit doen zich deze gunstige omstandigheden niet voor.

* * *

Dat ondanks deze voordeelige vrachtenconjunctuur het Rijnverkeer toch niet zoo groot is geworden als van Rotterdam, ligt niet zoozeer aan het feit, dat een omweg van 50 K.M. moet worden gemaakt door het kanaal

Sluiten