Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begeleiden der 1.1. van en naar het schoolbad en het houden van toezicht zoals dat hierboven is aangeduid als dienst zijn te beschouwen en geacht te worden te behoren tot de taak van het onderwijzend personeel."

Staan de kinderen in hun hemd, dan nemen dus de badmeester of de badvrouw de zorgen over, en de onderwijzerfes) kan zich terugtrekken in de wachtkamer, om weer te verschijnen als de 1.1. wederom in hun hemd staan, „zullende zij (d. z. de onderw.) gehouden zijn, 't aankleden ordelik te doen geschieden."

Tal van onderwijzers(essen) evenwel gaan ook mee de badzaal binnen, overtuigd als ze zijn, dat in het belang van de kinderen hun hulp daar niet overbodig is.

HAARLEM.

Reeds in 1889 werden door de Vereniging „Volksbelang" pogingen in het werk gesteld, om schoolbaden ingevoerd te krijgen. Daartoe benoemde zij een kommissie voor Volks- en Schoolbaden die tot taak had te onderzoeken, in hoeverre Volks- en Schoolbaden in Haarlem wenselik waren. Deze kommissie droeg in 't begin van 1890 een brochure, een warm pleidooi voor schoolbaden, geschreven door de heer D. de Clercq, op aan de Raad der Gemeente Haarlem. Naar aanleiding hiervan besloot de Raad, aan een nieuw te bouwen school een bad te verbinden; maar nog in hetzelfde jaar kwam dezelfde Raad op haar besluit terug. En hierme waren de schoolbaden voorlopig van de baan.

De zaak kwam evenwel opnieuw aan de orde bij de behandeling van een subsidie-aanvraag van de Afdeling Haarlem van het Witte Kruis. Deze vereniging al vroeg in Oktober 1901 een subsidie aan de Raad voor een te bouwen 2e Volksbad aan het Leidsche plein. De Raad verleende de subsidie, onder voorwaarde, dat de Gemeente van de inrichting zou kunnen gebruik maken tot het doen baden van leerlingen der O. L. Scholen, gedeeltelik tegen betaling van hoogstens 5 cent per bad. gedeeltelik zonder betaling. .

Sluiten