Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weer liet hij het gefluit hooren en verhaastte zijn schreden zooveel zijn gekwetste been toeliet, wierp de deur van Hawkins' woning open en trad binnen. Alleen Hawkins was aanwezig; de oude man zat op een stoel zijn pijp te rooken, met zijn geliefde glas whisky voor zich.

„Waar is Emily?" vroeg Bob ongerust.

De oude man haalde zijn schouders op; hij zag er somber en neerslachtig uit. „Ik weet 't niet," antwoordde hij, zonder Bob aan te zien.

„Weet je het niet? Waar is zij dan heen? Vooruit! geef antwoord!" riep Bob driftig. „Is zij uitgegaan?"

„Van morgen om zes uur is zij, net als eiken morgen, melk gaan halen en ... ze is nog niet terug."

Een doodelijke schrik beving Bob. — Emily sedert zes uur weg en het was nu ruim drie; zij bleef nooit langer dan een of hoogstens twee uur uit. Zou haar iets overkomen zijn?

Hij kon het haast niet denken. De weg van de hoeve naar de boerenwoning waar Emily melk placht te halen liep met een paar bochten dwars-door een zandig, bijna geheel open terrein en was nauwelijks tien minuten gaans lang. Ware haar onderweg iets overkomen, dan zou zij dadelijk gevonden zijn. Maar Emily was een kerngezonde, flinke meid, die nooit ziek was en flauwtes en dergelijke dingen alleen bij name kende.

„Wat heb je gedaan, toen zij niet terugkwam?" vroeg Bob den ouden man, die als lamgeslagen in zijn stoel bleef zitten, onmachtig om het initiatief tot iets te nemen.

„Tegen acht uur ben ik naar Molly de werkvrouw gedaan, Emily was daar niet geweest en..."

„En... verder?" vroeg Bob ongeduldig.

„Nou, wat kon ik verder doen?" vroeg Hawkins. „Ik dacht er over naar de politie te gaan, maar je weet... die doet niet veel voor ons, arme menschen. Ja, als je veel geld geeft..."

Bob Waters liep de deur uit, in zenuwachtige opgewondenheid, doodelijk ongerust over het lot van Emily.

Wat kon haar overkomen zijn? vroeg hij zich af. Een ongeluk was beslist uitgesloten. Een oogenblik kwam zijn oude jalouzie ten opzichte van Lankhurst weer boven. Kon Emily vrijwillig zijn heengegaan in overleg met den kapitein? Woedend balde hij zijn vuisten bij die gedachte, in feilen haat

Sluiten