Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goddank!" riep Peter verheugd uit, terwijl hij zich de ruwe, vereelte knuisten wreef: „Dan krijgen we ten minstè wat te doen; dat hangen en verlangen hier aan boord zonder dat we opschieten begint me al danig de keel uit te hangen. Als we voor den vijand komen zijn de officieren en onderofficieren dadelijk veel beter te spreken."

HOOFDSTUK IX.

Lankhurst was het gelukt vrij volledig op de hoogte te komen van den toestand der verdedigingswerken van Vlissingen, hun sterke en zwakke punten. De Franschen waren blijkbaar op de hoogte van de plannen der Engelschen en namen hun maatregelen met het oog op een mogelijken aanval op de stad. De burgers werden, voor zoover zij het niet goedschiks deden, geprest om de wallen te verhoogen en te versterken, schanswerk te verrichten, palissaden en barricadeeringen aan te brengen, kortom om al datgene te doen, wat de verdedigende kracht der vesting kon verhoogen. En er was in dit opzicht heel wat te verrichten!, Toch ging er van den opperbevelhebber, generaal Monnet, weinig kracht en bezieling uit; zijn onderbevelhebbers, met enkele gunstige uitzonderingen, toonden evenmin bijzonder grooten ijver en veel wat in het belang eener goede verdediging nog verricht had kunnen worden, bleef achterwege of werd met weinig kracht doorgezet. Lankhurst bezat militaire vakkennis genoeg om in te zien dat een krachtige aanval, gelijktijdig van de land- en van de zeezijde ondernomen, Vlissingen vermoedelijk spoedig tot de overgave zou dwingon.

Hij wist dat Lord Chatham een weinig voortvarend en gemakzuchtig man was, die altijd overhoop lag met de commandeerende officieren van de landmacht. Ook nu zou dit wel het geval zijn en Lankhurst voorzag als gevolg hiervan vertraging en mislukking van de plannen der Engelschen.

Het hoofddoel was Antwerpen; indien de Engelschen zoo verstandig waren Vlissingen, zoowel in letterlijken als in figuurlijken zin, links te laten liggen en met kracht door te

Sluiten