Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit twee deelen, de bovendeur met een klopper, en gaf toegang tot een vrij eng en laag voorhuis, waar halve duisternis heerschte; daarachter bevond zich een zoogenaamde opkamer, door een trapje van een drietal treden van het voorhuis gescheiden.

Het huisje vertoonde, zooals trouwens in dien tijd bijna alle woningen in Vlissingen, ja zelfs in geheel Zeeland, in- en uitwendig teekenen van verval. De bevolking der stad was steeds aan het afnemen; zij bedroeg in 1795 nog 5700, in 1809 nog slechts bijna 5000 zielen. Door dé verminderde welvaart zag men overal verlaten en bouwvallige huizen, wier eigenaars zich schuil hielden om op die wijze de betaling der achterstallige lasten te ontgaan; door gemis aan behoorlijk onderhoud of door het gesloopt zijn der belendende perceelen hadden vele huizen dringend voorziening noodig, die achterwege bleef. De armoede was algemeen en bijna een vierde gedeelte van de bevolking was armlastig. Waar het onderhoud zelfs ontbrak was van verbetering natuurlijk geen sprake.

In de opkamer van het huisje bij de Haven waren ook weinig sporen van weelde te ontdekken, alles was doodeenvoudig, bijna armelijk; de vierkante, glimmende tafel, de hooggerugde stoelen, het dressoir, de lange, smalle spiegel.

Daar de zon al sedert een paar uren ondergegaan was brandde boven de tafel een olielamp, die de kamer gedeeltelijk in het duister liet. Het was er buitengewoon rustig en vredig-stil.

Een oude dame zat bij de tafel te breien.

Zij was in effen zwart en zonder eenigen opschik gekleed, lang, mager en had harde trekken.

Het grijze haar was in het midden gescheiden en droeg een wit met kanten versierd mutsje. Zij scheen met ongeduld iemand te wachten, want telkens keek zij op de hangklok, die zacht, met eentonig geluid, tikte.

Er werd aan de deur geklopt en zonder antwoord af te wachten, Blofte een ouwe meid met een reusachtig hoofddeksel, half kornet, half muts, op het hoofd, de kamer binnen en zette een koffiepot op een komfoortje.

„Is de Middelburgsche wagen al aan ?" vroeg de oude dame.

„Ik weet 't niet juffer, die is tegenwoordig altijd te laat. De jonge juffrouw mocht wel gehaald worden... de ver-

7

Sluiten