Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem in gesprek kwam, bleek haar dat hij een ontwikkeld, beschaafd en geestig man was, die haar heel wat meer aantrok dan de meeste Hollandsche jongelui, waarmede zij gewoonlijk in aanraking kwam. Zij had enkele aardige Fransche officieren, tot het Ylissingsche garnizoen behoorende, ontmoet, maar slechts zelden en dan nog vluchtig, want tante Lodewyksz deed haar best om nichtje verwijderd te houden van al wat officier, maar vooral van al wat Fransch was.

Lankhurst, met zijn voor vrouwelijk schoon licht ontvlambaar gemoed, was bijna dadelijk onder de bekoring gekomen van het mooie, lieftallige meisje en deed zijn best een wit voetje bij haar te krijgen, aanvankelijk echter met matig succes. Zoodra Doortje vernam dat oom haar gefopt had en dat Lankhurst Engelsehman was had zij zich wat meer gereserveerd getoond. Hij behoorde tot de natie, die den grooten Napoleon zoo hardnekkig bestreed en dus moest hij haar al van te voren niet sympathiek zijn. Toch kon zij niet ontkennen dat Lankhurst als persoon haar wel aanstond; hij sprak Hollandsen of liever Vlaamsch en dit deed haar zijn landaard vergeten. Toch was zij een beetje boos dat zij door oom's fopperij er aanvankelijk ingeloopen was. Weldra kwam het gesprek natuurlijk op den Keizer.

„Ik houd Napoleon voor het grootste genie, dat ooit geleefd heeft," betoogde Doortje met gloed, terwijl haar oogen schitterden, „hij heeft een hoop ouwe rommel vernietigd; hij heeft den grootsten veldheeren een lesje in de krijgskunde gegeven en hen bijna altijd met een minderheid verslagen. Op zijn 28ste jaar generaal, op zijn 38»te jaar keizer! 't Is prachtig! O, als ik een man was, ik zou- onder Napoleon willen dienen, hem overal volgen! Dat moet dankt me 'n zaligheid zijn!"

Lankhurst hoorde haar geduldig aan; wat was zij mooi met die gloeiende wangen en glinsterende oogen! Vader en moeder de Hoogh glimlachten, zij waren al gewoon aan nichtje's geestdrift.

„Lieve juffrouw van Ellemeet, ik ontken volstrekt niet dat de Keizer een krijgskundig genie van den eersten rang is, dat hij een schitterende carrière heeft gemaakt, dat hij alleen door de kracht van zijn wil reusachtige dingen tot stand heefï gebracht, dat hij hoog boven zijn omgeving uitsteekt..."

Sluiten