Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Niet waar?" vroeg Doortje. Die Engelsehman was nog zoo kwaad niet, vond ze. Hij erkende ten minste ware verdienste, ook in den vijand.

„Maar de medaille heeft ook een keerzijde."

„Zoo, welke dan?" vroeg zij, strijdlustig, Lankhurst recht in de oogen ziende.

„De Keizer is eerzuchtig in de hoogste mate en onderwerpt vorsten en volken aan zijn wil. Alles moet voor hem zwichten, alle volken van Europa moeten aan hem gehoorzamen. De jonge mannen van de onderworpen landen worden gedwongen in zijn legers te dienen, om den roem des Keizers te vergrooten. Vorsten benoemt hij en zet hij af naar willekeur evenals hij landen bijeenvoegt en verdeelt. Neen juffrouw van Ellemeet, al ontken ik niet dat Napoleon veel verouderds heeft opgeruimd, veel verkeerds heeft doen verdwijnen, ik kan hem niet anders beschouwen dan als een geweldenaar, als een tiran, als een vijand van mijn land."'

„Maar waarom vereenigen de vorsten van Europa zich dan niet om dien tiran te verslaan?" vroeg Doortje triomfantelijk. „Ze hebben het al meermalen geprobeerd, maar tot nu toe zonder veel succes, niet waar ? Of men hem al uitscheldt helpt niet veel."

„Engeland is nog niet overwonnen," merkte Lankhurst ernstig op, „en zal ook nooit overwonnen worden, dat staat voor mij absoluut vast."

„Omdat het een eiland is, omdat het zijn legers nog nooit met die van den Keizer heeft durven meten. Wacht maar, kapitein! als wij maar eerst over een flinke vloot kunnen beschikken, dan laat de Keizer eenige duizenden manschappen overbrengen en de Engelschen zullen op hnn knieën om vrede moeten vragen. Dan kruipen zij in hun schulp van benauwdheid."

„Zoudt u denken?" vroeg Lankhurst met een spottend glimlachje. „Dat is een sombere toekomst voor mijn landgenooten."

„0 zonder twijfel," betoogde Doortje vol geestdrift.

„Vooreerst is Engeland echter nog meester ter zee; onze groote Nelson heeft de Fransche vloot bij Trafalgar zulk een geduchten klap toegediend, dat zij die vooreerst niet te boven komen zal. Ik geloof niet aan het bestaan van die fameuse Fransche vloot, ook al zouden de bondgenooten des Keizer*

Sluiten