Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Hoogh schudde liet hoofd.

„Dat zal in de eerste dagen moeilijk gaan. Er loopen hier geruchten dat de Engelsche vloot vandaag of morgen uitzeilen zal en dan is er voorloopig geen sprake meer van smokkelaars."

„Wat zal er dan met Middelburg gebeuren P"

„Wat kunnen wij doen! Middelburg is geen vesting zooals Vlissingen. Bovendien, men is hier niet erg verlangend om zijn leven te wagen voor Napoleon, al zullen de Hollandsche officieren ongetwijfeld hun plicht doen, als de troepen hen ten minste niet in den steek laten. Men zegt dat de Prins van Oranje meekomen zal..."

Op dit oogenblik kwam juffrouw de Hoogh buiten adem de kamer binnen en riep: „De Engelsche vloot is in het zicht... van den toren kun je ze zien! Kom mee naar buiten!"

HOOFDSTUK XII.

De Engelsche aanvoerders waren van meening op hun tocht naar Antwerpen, het sterke Vlissingen niet te mogen voorbijgaan, uit vrees het dan later als een steunpunt des vijands in den rug te hebben. Ongetwijfeld hadden zij strategisch verstandiger gedaan zoo spoedig mogelijk op het zwak bezette Antwerpen aan te rukken en deze stad te vermeesteren; Vlissingen was hen dan vermoedelijk vrij gemakkelijk in handen gevallen en bovendien hadden zij hun doel bereikt, wat thans niet het geval zou zijn.

Het plan der Engelschen kwam op het volgende neer.

Vny, o4Unni;n» „l„„i 1 1.1.:

eiland werd dan ook bij overeenkomst aan de Engelschen overgegeven. Een tweede afdeeling schepen zou zich meester maken van de batterijen op het land van Cadzand, doch hiervan werd later afgezien. Het derde escader eindelijk zou op Walcheren landen en Vlissingen bemachtigen; deze schepen zetten op 30 Juli op de noordkust van Walcheren troepen aan wal, welke in gevecht kwamen met een krijgsmacht onder generaal Osten. Deze voerde het bevel over een gedeelte van de bezetting van

Sluiten