Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook een paar brandspuiten werden meegevoerd om eiken opnieuw uitbrekenden brand te bedwingen.

Doortje wendde zich tot een der officieren, een reeds bejaard luitenant, met een verweerd gelaat, vol litteekens. Zij sprak vrij goed Engelsch en vroeg hem:

„Mijnheer, kunt ge me niet zeggen waar ik een dokter, een officier van gezondheid kan vinden? Een van uw landslieden ligt gevaarlijk gewond in ons huis... 't is dringend noodig dat er naar hem wordt omgezien .. ."

„Een Engelsehman binnen Vlissingen?" vroeg de luitenant verwonderd. „Een smokkelaar misschien of..." zijn gelaat betrok ... „een deserteur.. . een overlooperP"

„Neen, neen," wierp Doortje hem haastig tegen „een man van stand, een... gepensionneerd officier. „Hij haat de

Franschen fel... en " In haar zenuwachtigheid wist zij

niets meer te zeggen dan. „Toe... waar kan ik een dokter vinden ?"

De luitenant had medelijden met het mooie jonge meisje, dat er zoo diep ongelukkig uitzag en bovendien... het gold hier een landgenoot. Hij wendde zich tot een der soldaten.

„Jim, breng jij deze dame bij dokter Dubois ... je zult hem vermoedelijk bij het groote kruitmagazijn vinden... je weet wel waar wij* gisteren geweest zijn. Vlug !"

Hij groette beleefd en vervolgde zijn weg met de soldaten. Jim, een man van weinig woorden, wenkte Doortje hem te volgen en vijf minuten later had hij haar gebracht bij dokter Dubois, die druk bezig was zieken te doen vervoeren.

Haastig vertelde het jonge meisje hem wat er gebeurd was.

„Ja," sprak hij „mijn lieve juffrouw, dat is heel aandoenlijk, maar ik heb hier mijn handen vol werk... in den loop van den middag misschien... zooals u me de zaak beschrijft is er geen dadelijk gevaar ... terwijl bier..."

„Maar mijnheer Lankhurst is aldoor bewusteloos... 't is een diepe wonde," hield Doortje aan, Dubois moest met haar meegaan.

„Lankhurst?" vroeg Dubois verbaasd. „Gewezen kapitein in het Engelsche leger? Lang, slank, breed in de schouders?" Doortje knikte verheugd. „Kent u hem?"

Sluiten