Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Haai heette oorspronkelijk Louis Perrin en was een loodgieterezoon, Pa rij zenaar van geboorte. Vurig Jacobijn had hij de Fransche revolutie van 1789 meegemaakt en tot de felste aanhangers van het Schrikbewind behoord. Perrin had meegejuicht toen koningin Marie Antoinette was ter dood gebracht, doch tijdens den val van Robespierre en zijn aanhangers was hij niet meer in Frankrijk.

In het jaar 1794 bevonden zich tal van adellijke Fransche dames in'een der Parijsche gevangenissen; bijna alle stierven onder de guillotine. Een der laatste was, zooals bekend is, Prinses Elisabeth, de zuster van koning Lodewijk XVI. Louis Perrin en Jean Darcin behoorden tot de manschappen aan wie de bewaking dezer ongelukkigen was opgedragen en tijdens de eerste met dezen dienst belast was, vatte Perrin, iemand van feilen hartstocht en diepen haat, een gloeiende liefde op voor de gravin de la Vaudrinière, een der slachtoffers van het Schrikbewind.

De gravin, een schoone, dertigjarige vrouw, veinsde zijn liefde te beantwoorden en trachtte Perrin te verleiden haar te helpen ontsnappen. Verblind door zijn hartstocht stemde Perrin toe. Met ontzaglijke moeite gelukte het Louis haar, in een vermomming, buiten Frankrijk te brengen, doch eenmaal op Pruisisch gebied gekomen en in vrijheid, lachte zij hem in zijn gezicht uit, toen hij het loon voor haar bevrijding vorderde, verbood hem haar zelfs met een vinger aan te raken en dreigde Perrin als Jacobijn aan de autoriteiten te zullen verraden, indien hij haar niet met rust liet.

Ziedend van woede, gekwetst in zijn ij delheid door het besef van door het wezen, dat hij gered had, bedrogen te zijn, teleurgesteld in zijn hoop de mooie vrouw, — die hem niet alleen had aangetrokken ómdat zij schoon en jong was, maar ook om haar hooge geboorte — te bezitten, nam hij de wijk naar Engeland, waar hij zich uitgaf voor den kamerdienaar van een ter dood gebrachten Franschen edelman. Dank zij zekere handigheid om zich aan vreemde toestanden aan te passen, wist hij met allerlei werkjes zijn brood te verdienen en leerde vrij spoedig Engelsch. Enkele jaren leefde hij in Londen, doch toen deze stad ter zake van enkele door Perrin gepleegde oplichterijen minder veilig voor hem werd, vertrok hij naar

Sluiten