Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dokter Dubois..." — hij sprak den naam duidelijk uit — „en geef 't hem persoonlijk over." „Anders niet?"

„Anders niet. Als je het gedaan hebt, moet je een bewijs van ontvangst vragen, en als je me dat terugbrengt, krijg je nog een halve guinea. "Wil je of wil je niet?"

De man dacht na. Kwaad kon hij er niet mee, dacht hij. Als de vent hem maar niet bedroog...

„Laat zien de duiten."

Zonder te spreken toonde "Wilton hem twee halve guinea's.

De man knikte. Wel dacht hij er een oogenblik over of er geen mogelijkheid was, zich zonder de boodschap te doen van al het geld van den gevangene meester te maken, maar dat durfde hij toch niet...

„Goed, geef maar hier!"

De soldaat nam het briefje en het goudstuk, daarna sloot hij het luikje.

Wilton bleef in groote spanning wachten.

Ongeveer drie uur later hoorde hij de stem van Dubois en die van een Engelsehman, vermoedelijk den wachtcommandant. Blijkbaar opzettelijk sprak de geneesheer heel luid:

„Die man is ziek... naar wat ik gehoord heb vermoedelijk een ernstige buikaandoening... Als het maar niet te laat is ..."

Wilton begreep ... hij wierp zich onmiddellijk op de houten brits en begon luid te kermen en te kreunen.

De deur ging open; Dubois en een jonge Engelsche sergeant traden binnen.

„Wat scheelt er aan?" vroeg Dubois.

„O dokter," kermde de Haai, „vreeselijke krampen in de buik ... ik houd 't niet langer uit... hier ... alles brandt me."

Dubois bukte zich over hem en betastte Wilton's lichaam; toen wendde hij zich tot den sergeant: „Kunt ge me wat brandy bezorgen en een paar wollen lappen."

De sergeant keek besluiteloos ...

„Sluit ons maar van buiten op, dan kunt ge in het dorp probeeren te vinden wat ik noodig heb ... Gauw ... want er is haast bij. .. 't Is een hoogst ernstig geval."

„Goed," knikte de sergeant, verdween en sloot de deur van het verblijf achter zich.

Sluiten