Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen van haar man troffen haar als wreede zweepslagen. Dagenlang bleef zij versuft en als opgesloten in haar groot leed.

Govert was hevig verbolgen uitgevaren en had haar in haar verterende droefheid alleen gelaten. Hij was bedroefd over het noodlottige einde van Doortje, maar nog veel meer boosaardig gestemd omdat tante Doortje's erfenis hem nu ontgaan zou. Acht dagen bleef hij weg, langer dan hij ooit placht te doen .. . Hendrika maakte zich al ongerust. Zou haar nog meer leed beschoren zijn ? Toen keerde hij laat in den avond terug... met een kind, een meisje van den leeftijd van de gestorven Doortje.

Hij weigerde Hendrika eenige inlichtingen te geven omtrent de wijze, waarop hij aan dit kind gekomen was... Alleen vertelde hij zijn vrouw dat het meisje geen ouders meer had .. . en dat hij er absoluut meester over was... Ten slotte kwam hij met zijn plan voor den dag: het meisje te laten doorgaan voor de gestorven Doortje.

Hendrika weigerde eerst beslist tot dit bedrog mee te werken. Vooreerst, omdat zij er al het gemeene van gevoelde en ook omdat het haar onmogelijk zou zijn op dat vreemde kind de liefde over te brengen, die zij voor haar eigen gestorven Doortje gevoeld had.

Maar Govert liet niet af; met lief koozingen, met bedreigingen, kortom door allerlei middelen wist hij Hendrika voor zijn plan te winnen en de zwakke ziel, gebroken door het doorgestane leed, onmachtig om langer weerstand te bieden aan den aandrang door haar man op haar uitgeoefend en vreezende hem te zullen verliezen, gaf ten slotte, strijdensmoede, toe.

Tien dagen later werd Govert ziek en den dag daarna kwam ik bij hen. Hendrika bezwoer mij, vóór haar dood, het geheim aan niemand te openbaren; zij wilde haar overleden man niet te schande maken en kon evenmin verdragen dat op haar eigen nagedachtenis een smet zou rusten. Hoewel ongaarne en in weerwil van de vermaningen van mijn geweten gaf ik toe... ik kon mijn stervende zuster niets weigeren en ik was mij bewust dat zij zonder mijn toezegging niet gerust de eeuwigheid zou kunnen ingaan. Den volgenden dag stierf zij."

De oude juffrouw wachtte even en vervolgde toen:

„Ka de begrafenis nam ik het kind tot me en noemde het Doortje. Al dadelijk, zoodra ik het meisje zag, was het mij

Sluiten