Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar... is dat alles wel waar? 't Lijkt me net een droom," vroeg zij ten laatste.

„Zoo zeker als iets ... alles komt uit... de wijze waarop ik-je verloren heb ... van Ellemeet, die je blijkbaar uit Engeland heeft gehaald ... die gekwetste vinger ... het verhaal van je tante, van juffrouw Lodewijksz meen ik... de familiegelijkenis."

„Ja, ja ik moet het wel gelooven ... en ik vind het heerlijk!" riep Doortje uit; zij sprong op, viel de Montlévin om den hals en kuste hem op beide wangen.

„Al heb ik dan mijn zoon verloren, mijn nichtje heb ik toch teruggevonden," sprak hij aangedaan.

„Toe, vertel me eens wat van mijn ouders," vroeg Louise „ik heb ze nooit gekend, maar toch zou ik zoo graag wat van hen willen weten. Soms verbeeld ik me, dat ik me iets herinner, heel vaag van dat schip en dat alles... maar 't zal wel verbeelding zijn."

De Montlévin voldeed aan haar verzoek en met schrik en ontzetting hoorde Louise van de gruwelen der Fransche revolutie en van den wreeden dood van haar ouders.

Toen hij geëindigd had, zei hij plagend tot Doortje: „En hoe staat het met je vereering voor Bonaparte en zijn régime?"

„O, daar ben ik geheel van genezen," antwoordde Doortje glimlachend, maar zij dacht daarbij aan den man, die zoo krachtig tot die genezing had meegewerkt.

HOOFDSTUK XVHI.

De genezing van Lankhurst was voorspoedig geweest. De beenwonde had zich vrij spoedig geheeld en weldra was hij weer geheel op krachten gekomen.

Het duurde niet lang of hij kon, steunende op een krukje, langzaam door de kamer loopen en enkele dagen daarna waagde hij zich naar buiten.

Het vertrek van Doortje naar bet hospitaal van Dishoek had hem veel verdriet gedaan.

De dagelijksche omgang met het beminde meisje had zijn

Sluiten