Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen zeide ik zacht haar naam, en nog eens: „Mara" en als die droppen klank gevallen waren

hief zij het hoofd, en zag mij aan, en rees

Een woord leek te verbloeien op haar lippen,

en haastig vlood zij, als een vogeltje,

dat een gerucht opschrikte van zijn tak.

De Vader. Dit is een plek, die zij zich gaarne kiest;

rij volgt de schaarsche zeilen, die de kim

ontduiken, glanzen in de zon, en weer

verneevlen in de verte Uur aan uur

doolt haar gemijmer uit over de zee,

en bijna nimmer breekt haar eigen stem

den ban van ingekeerde somberheid; —

vergeefs beproeven wij de starheid van

haar arm, verslagen hart te smelten in

de teerheid die haar diepste wezen is.

Silvio. Zou ik haar spreken van het nacht-gezicht ?

De Vader. Zoo Goddelijke macht u werkelijk

een teeken stelde, zal die verder naar

onwrikbre wet van wijzen wil haar lot

en 't uwe leiden, — zoo 't begooch'ling waar'

zou 't nuttelooze wreedheid zijn, haar ziel

het dwaallicht voor te lokken van een arm

verwachten, dat de pijn van 't al-door on-

vervuld-zijn met zich sleept

Den eersten tijd toen Mara in ons midden toefde, bad zij met onstuimigheid dat God een wonder aan haar zou doen geschieden, — haar vervoering zweepte vertrouwen op tot vast geloof aan haar genezing; — daarna werd zij stil, en smaadde schaamle wrok haar vroomheid blind. Silvio. Daar is ze

(Mara komt op. Zij ziet naar den Vader en Silvio, en zet zich dan aan den oever van de zee).

Silvio. Och, haar wit en stil gezicht.

het lijden van de gansche wereld schijnt

Sluiten