Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik u ontried te spreken met de vrouw,

die steeds uw bijzijn zocht ?

Silvio. Jk zocht het hare.

Tobias. Het is de droomer, die u dat vertelt.

Silvio. Laat het de droomer zijn. Ga, Tobias,

en zoo ik nog één dienst van u mag vragen,

bezoek mijn moeder dan, en wil haar melden,.

dat Silvio gedaan heeft, wat zijn hart

hem insprak.

Tobias. Wat gij doen wilt, zal geen mensch van mij gelooven, ook uw moeder met. Silvio. Dat zal ze wel, daar zij mij beter kent dan gij. — En nu vaarwel, ga met gejuich en handgezwaai uw schip het welkom bieden, en leef gelukkig als gij d'overkant van d'oceaan bereikt hebt. Tobias. Gij volhardt

dan in uw weigring, mij te vergezellen?

Süvio. Jk heb gesproken.

Tobias. Silvio, ik zie

dat u de speelpop al in korten tijd

te sterk geworden is. Vaarwel!

(Tobias af. — Een stilte).

De Vader. Mijn zoon,

hebt gij met Mara reeds gesproken van

wat gij besloten zijt?

Süvio. Nog niet.

De Vader. Gij zegt

dat zij u liefheeft; — zal haar liefde dan

niet grooter zijn dan haar verlangen naar

uw durend bij-zijn, daar zij dan haar lot

het uwe weten zal voor alle tijd?

Süvio. Het grootst zal haar behoeven zijn aan troost

zij is een kleine plant, die zonder zon

verwelken moet; nu kiemt een teere knop

in hare ziel, die warmte zoekt en licht.

Die te doen bloeien zij mijn schoone taak.

Sluiten