Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemd personeel, voor den dienst in Nederlandsch-Indië is goedgekeurd.

B. onder „bezoldiging" de onder welke benaming ook aan eene locale betrekking verbonden vaste inkomsten — waaronder ook die in den vorm van het genot van vrij wonen, vrije huisvesting, kleeding en voeding — met uitzondering van die, welke strekken tot vergoeding van aan de vervulling van het ambt verbonden onkosten.

C. onder „pensioengrondslag" het bedrag dat moet strekken tot grondslag voor de berekening van het pensioen van zoodanigen ambtenaar.

Artikel 3.

(1) Recht op pensioen ingevolge artikel 1 wordt door de Europeesche locale ambtenaren verkregen indien zij:

a. na volbrachten vijf-en-veertig-jarigen leeftijd en minstens twintig-jarigen dienst eervol ontslag bekomen;

b. in of door de uitoefening van hun ambt of ter zake van die uitoefening hetzij ten gevolge van gewelddadige aanranding of verzet, hetzij van met gevaar gepaard gaande dienstverrichtingen, wonden of gebreken bekomen hebben die hen volstrekt ongeschikt maken voor de verdere vervulling van hun ambt.

(2) Aan Europeesche locale ambtenaren kan na eervol ontslag pensioen worden verleend, indien zij:

a. een diensttijd hebben van minstens tien jaren en door den localen raad ongeschikt worden geacht voor verderen dienst;

b. een diensttijd hebben van minstens vijf jaren en door weibewezen ziekten of gebreken belet worden langer te dienen.

(3) De ongeschiktheid voor de verdere vervulling van het ambt, waarvan sprake is onder b van lid 1 en onder b van lid 2, behoort, indien de betrokkene zich in Nederland bevindt, te zijn geconstateerd door den in artikel 2, onder A, bedoelden Raad, en, indien de betrokkene zich in Nederlandsch-Indië bevindt', op den voet van de bepalingen regelende het constateeren der ziekte van burgerlijke ambtenaren, die een buitenlandsch verlof tot herstel van gezondheid verzoeken (Staatsblad 1913 No. 695).

Sluiten