Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plicht de huwelijksbijdrage, bedoeld onder c van artikel 36, eerste lid, te voldoen.

(6) Indien eene vrouwelijke deelgenoot, die gehuwd is met een deelgenoot in het fonds of in eenig ander onder Regeeringstoezicht gesteld Weduwen- en Weezenfonds, geen kinderen uit een vorig huwelijk heeft, die bij haar overlijden aanspraak op onderstand zouden kunnen maken, is zij bij vermeerdering van bezoldiging niet verplicht de huwelijksbijdrage, bedoeld onder d van artikel 36, eerste lid, te voldoen.

(7) Kinderen van eene vrouwelijke deelgenoot, die ter zake van het huwelijk, waaruit zij geboren zijn, geene bijdrage heeft voldaan, hebben bij haar overlijden geen aanspraak op onderstand, tenzij de moeder van de verplichting tot betaling dier bijdrage was vrijgesteld ingevolge het bepaalde bij lid 7 van artikel 36.

Artikel 39.

(1) Een deelgenoot, wiens inkomsten tijdelijk zijn verhoogd en voor wien dientengevolge een hoogere pensioengrondslag is vastgesteld, is te dier zake geen buitengewone en geen huwelijksbijdrage verschuldigd, indien het hoogere inkomen gedurende nie,t meer dan drie maanden is genoten. Evenmin behoeven alsdan door hem te worden voldaan extra-bijdragen, als bedoeld in artikel 37.

(2) In het geval, bedoeld bij lid 1, komt het bedrag der verhooging bij de berekening van het pensioen en den onderstand niet in aanmerking.

Artikel 40.

(1) Deelgenooten, wier pensioengrondslag, nadat zij gedurende minstens twee jaren van werkelijken dienst aan het fonds hebben bijgedragen, eene vermindering ondergaat, die hem doet dalen beneden het gemiddelde van hetgeen de laatste twee jaren van werkelijken dienst heeft gegolden, kunnen voor de door hen na te laten betrekkingen aanspraak behouden op uitkeeringen, berekend naar die middelsom. Zoolang de werkelijk genoten bezoldiging lager is dan de evenbedoelde middelsom, wordt alsdan bij de heffing van gewone- en huwelijks-

Sluiten