Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoolang er geen of slechts enkele locale ambtenaren met verlof of met pensioen in Nederland zijn zal het niet mogelijk wezen de meerderheid van commissarissen uit# deelgenooten te doen bestaan.

ad 3. Deze voorschriften komen overeen met die ii artikel 50 van het Reglement voor het Weduwen- en Weezenfonds der burgerlijke ambtenaren.

Behoefte is gevoeld om lid 1 van dat artikel te wijzigen zoodat niet noodzakelijk de ontvangsten rechtstreeks in de schatkist moeten worden gestort en het ook mogelijk wordt op andere wijze betalingen te doen dan rechtstreeks, of door tusschenkomst van de Directie, uit de schatkist, bijv. door tusschenkomst van den dienst der Posterijen.

ad 4. Wenschelijk is het bij de regeling te bepalen dat de jaarlijksche begrooting door den Minister van Koloniën wordt goedgekeurd.

ad 5. Gelijk artikel 51 van het Reglement voor Weduwen en Weezen van Europeesche burgerlijke ambtenaren.

ad 6. id. id. aan art. 52, met uitzondering dat 1921 als eerste jaar voor het opmaken van de wetenschappelijke balans is aangegeven.

Ook de in artikel 53 en de volgende artikelen van genoemd reglement opgenomen bepalingen kunnen in de pensioensregelingen voor de locale ambtenaren worden overgenomen.

Ad III. Grondslagen voor de regeling der peosionneering van weduwen en weezen van Europeesche ambtenaren in dienst der locale gebiedsdeelen.

1. De Europeesche ambtenaren in vasten dienst der locale gebiedsdeelen moeten niet alleen aanspraak hebben op eigen pensioen maar ook op pensioen voor hunne na te laten weduwen en weezen. Die aanspraken behooren zij te behouden indien zij gepensionneerd worden.

O. R. P. E.

Sluiten