Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19. Getuigen.

Artikel 4.

(1) . Bij het verlijden van de akte zal mede tegenwoordig zijn het hoofd of een ander bestuurslid van de gemeente, waar de te bezwaren goederen zich bevinden of zullen bevinden, ten einde te constateeren dat de verbandgever daarvan rechthebbende is, dan wel, wanneer het toekomstige goederen betreft, dat hij op de grondStukken, waarop zij zich zullen bevinden, de rechten heeft, welke hij zegt daarop te hebben, hetzij het een en ander persoonlijk bekend is aan den met het verlijden belasten ambtenaar of ten genoege van dezen blijkt uit overgelegde geschriften.

(2) . Indien de verbandgever in persoon bij het verlijden van de akte tegenwoordig is en hij den met het verlijden van de akte belasten ambtenaar niet persoonlijk bekend is, zal hij bijgestaan worden door het Hoofd of een ander bestuurslid van de gemeente, waar hij woonachtig is, ten einde zijne identiteit te constateeren.

(3) . Andere comparanten, die aan den met het verlijden der akte belasten ambtenaar onbekend zijn, moeten hem worden bekend gemaakt door twee betrouwbare getuigen.

Indien de te verbinden goederen in de gemeente zijn gelegen, waar de verbandgever woont, zal een desahoofd of desabestuurslid als getuige voldoende zijn om de identiteit zoowel van de goederen als van den persoon te constateeren.

Indien de verbonden goederen zich bevinden in meerdere gemeenten zal uit elk van die gemeenten minstens een desahoofd of -bestuurslid als getuige aanwezig moeten zijn. Kan uit overgelegde geschriften ten genoege van den met het verlijden belasten ambtenaar (onverschillig of het ook ten genoege van den verbandhouder is) blijken dat de verbandgever rechthebbende is op de te bezwaren goederen en is deze aan den ambtenaar persoonlijk bekend dan heeft de verbandgever geen getuigen van noode. De hierbedoelde geschriften zullen alsdan aan de minuut van de verbandakte moeten worden vastgehecht (zie art. 5 (2)).

Sluiten