Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 5.

20. Onderteekening van de akte.

(1) . De akte wordt na voorlezing, voorzooveel noodig voorhouding in ieders landstaal, onmiddellijk onderteekend door partijen of hare vertegenwoordigers en door de gemeentebestuursleden en getuigen, wier bijstand ingevolge het vorige artikel vereischt wordt, zoomede door den ambtenaar te wiens overstaan de akte wordt verleden. Indien de comparanten of dengenen die hen bijstaan, verklaren niet te kunnen schrijven of verhinderd zijn hun naamteekening te stellen, zal van die verklaring of van de reden der verhindering uitdrukkelijk melding worden gemaakt in de akte.

(2) . De akten van lastgeving, bedoeld in het eerste lid van art. 3, en de geschriften, bedoeld in het 'eerste lid van art. 4, worden vastgehecht aan de minuut van de akte van verband.

Legalisatie van vingerafdrukken is enkel geregeld ten aanzien van onderhandsche geschriften daar er bij authentieke akten, zooals de credietverbandakte, geen behoefte aan bestaat. Indien echter de verbandhouder, ten behoeve van de identificatie, op de grosse, zoo die hem als obligatie dient, een vingerafdruk van den schuldenaar wenscht, bestaat daartegen geen wettelijk bezwaar.

Artikel 6.

21. Aanbrenger van wijziginger en aanvullingen en verdere vormvereischten.

i (1). Veranderingen en bijvoegingen moeten op den 1 kant der akte geschreven worden, doch zijn alleen geldig, voorzoover zij elk afzonderlijk door de personen, die de akte onderteekend hebben, geteekend of gewaarmerkt zijn.

(2). Ingeval eene verandering of bijvoeging te wijdloopig is, om op den kant der akte te worden geschreven, wordt die achteraan, doch voor het slot der akte geplaatst, met aanduiding van de bladzijde en den regel, waartoe zij behoort, op straffe van nietigheid van elk op eene andere wijze of zonder deze aanduiding gedane verandering of bijvoeging.

Sluiten