Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37. De door d< Regeering aangewezen gedragslijn inzakt oprichting van coöperatieve vereenigingen.

maken. Zijn de inleggers echter wel bekend, dan is het gevaar niet denkbeeldig dat, indien wordt gehandeld als hooger omschreven, die inleggers of een gedeelte van hen, zij het ook een minderheid, van oordeel zijn dat de vroeger gedane beloften van teruggave zijn geschonden.

„Mijns inziens nu dient alles in het werk te worden gesteld opdat het Bestuur een dergelijk verwijt ontga.

„Ik acht het daarom ten zeerste gewenscht dat, behoudens bovenvermelde uitzonderingen, de inlagen aan de rechthebbenden worden teruggegeven. Verdient het naar het oordeel van de Bestuursambtenaren aanbeveling pogingen in het werk te stellen de gewezen inleggers over te halen het bedrag der hun te restitueeren bijdragen te bestemmen voor een doel van algemeen nut, dan geschiede zulks nadat de teruggave heeft plaats gehad, opdat de vrije wil van de inleggers tot medewerking in dien zin vaststa".

Circulaire van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur van 26 November 1913 No. 396/A

Bij

werd advies uitgebracht nopens de vraag, welk standpunt behoort te worden ingenomen tegenover de in meerdere streken op Java onder de Inlandsche bestuursambtenaren geconstateerde beweging om ware of vermeende coöperatieve vereenigingen in het leven te roepen ter bevordering van handels- en andere doeleinden.

Te dezen aanzien wenscht de Regeering, in aansluiting bij mijne circulaire van 15 September 1912 No. 4877 ') betreffende het Volkscredietwezen, het volgende onder Uwe aandacht te zien gebracht.

, ; ..Ongetwijfeld behoort de bevordering van coöperatie op economisch terrein onder de Inlandsche bevolking tot de middelen om hare welvaart te verhoogen.

Dat de bestuursambtenaren derhalve hunne medewerking verleenen tot oprichting van coöperatieve vereenigingen heeft de instemming der Regeering, mits goede leiding verzekerd zij ter voorkoming van mislukking of van misstanden, welke zoowel aan de zaak der coöperatie zelve als aan het vertrouwen in het inzicht der betrokken landsdienaren afbreuk zouden doen.

!) Zie hierboven § 33.

Sluiten